De Verschillende Persoonlijkheidsstoornissen


Wanneer spreek je van een persoonlijkheidsstoornis?
Mensen met persoonlijkheidsstoornissen hebben een eigen patroon van gedragingen, gedachtes en gevoelens die anders zijn dan bij mensen zonder een persoonlijkheidsstoornis. Deze gedragingen leiden tot problemen die zich telkens opnieuw herhalen en die onoplosbaar lijken te zijn. Deze problemen doen zich vaak voor op sociaal vlak. Vrienden komen en gaan, familieleden weten niet wat ze aan de persoon met een persoonlijkheidsstoornis hebben en er blijven terugkerende problemen zich voordoen op het werk.

Een persoonlijkheidsstoornis gaat meestal gepaard met andere psychische problmen zoals een depressie, angst of een verslaving.

Een persoonlijkheidsstoornis kan worden vastgesteld door uitgbreide gesprekken en onderzoeken samen met een professioneel psycholoog.

Hieronder de criteria die nodig is voor het vaststellen van persoonlijkheidsstoornissen volgens het DSM-IV:

A. Een duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen die duidelijk binnen de cultuur van betrokkene afwijken van de verwachtingen. Dit patroon wordt zichtbaar op twee (of meer) van de volgende terreinen:

  1. cognities (dat wil zeggen de wijze van waarnemen en interpreteren van zichzelf, anderen en gebeurtenissen)
  2. affecten (dat wil zeggen de draagwijdte, intensiteit, labiliteit en de adequaatheid van de emotionele reacties)
  3. functioneren in het contact met anderen
  4. beheersing van de impulsen

B. Het duurzame patroon is star en uit zich op een breed terrein van persoonlijke en sociale situaties.

C. Het duurzame patroon veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in het sociaal en beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.

D. Het patroon is stabiel en van lange duur en het begin kan worden teruggevoerd naar ten minste de adolescentie of de vroege volwassenheid.

E. Het duurzame patroon is niet eerder toe te schrijven aan een uiting of de consequentie van een andere psychische stoornis.

F. Het duurzame patroon is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drug, geneesmiddel) of een somatische aandoening (bijvoorbeeld schedeltrauma).


Het DSM-IV vermeldt tien persoonlijkheidsstoornissen, die in drie clusters (groepen) zijn onderverdeeld:

De verschillende clusters:

  1. Cluster A
  2. Cluster B
  3. Cluster C

In het DSM-III werden ook de passief-agressieve persoonlijkheidsstoornis en de zelfkwellende persoonlijkheidsstoornis vermeld. Deze zijn in het DSM-IV echter verwijderd, omdat vooralsnog niet duidelijk is of dit afzonderlijke persoonlijkheidsstoornissen zijn.

WordPress theme: Kippis 1.15